Over plastic bekers, dranghekken en outfits die echt niet meer kunnen. Zelf vindt hij bier uit een plastic beker niet geweldig lekker. „Natuurlijk drink ik ook liever uit een glas. Wie niet? Maar ik begrijp wel dat dat tijdens de vastelaovend niet meer kan”, zegt Bart Maes, president van de Samewirkende Limburgse Vastelaovesvereniginge (SLV). „Vastelaovend is dynamisch, immaterieel erfgoed, zeg ik altijd. Dynamisch, dat houdt automatisch in dat je mee moet gaan met de tijd. Immaterieel, omdat het gaat om liedjes, verhalen, dialecten, rituelen, gebruiken en dergelijke. En erfgoed houdt in dat je het wil doorgeven aan volgende generaties”, zegt Maes. „Maar tradities zijn niet statisch. Veiligheid is de laatste jaren veel belangrijker geworden. Ik snap best dat je wil voorkomen dat mensen aan het eind van de dag tot hun knieën in de plasticsoep staan. En ook op andere vlakken is de wereld veranderd. Je kunt je niet meer in alles verkleden, je zult rekening moeten houden met bepaalde gevoeligheden in de samenleving. Het milieubewustzijn heeft een vlucht genomen. Dat alles heeft gevolgen, ook voor een feest als carnaval.”

Wegwerpbeker
Zo is het sinds 1 juli vorig jaar bij zogenaamde ‘open evenementen’ verplicht om een toeslag voor een wegwerpbeker in rekening te brengen en als organisatie te zorgen voor een herbruikbaar alternatief. Bij gesloten evenementen (zoals een popconcert of bijvoorbeeld De Elfde van de Elfde) is het gebruik van plastic wegwerpbekers en -bakjes vanaf 1 januari 2024 niet meer toegestaan.Ook carnaval moet eraan geloven. Dat zorgt voor nogal gedoe. De organisatoren van evenementen als de Sjolefestasie en de Sjtasiefestasie in Roermond werken met speciale bekers die volledig recyclebaar zijn. Op de Boète­gewoeëne BoèteZitting in Venlo betaal je een extra muntje voor de eerste beker, dat je na afloop weer terugkrijgt. Vorig jaar werd voor het eerst gewerkt met een dergelijk recyclesysteem. Dat kon overigens niet voorkomen dat er na afloop toch nog een hoop afval achterbleef op straten en pleinen. In Maastrichtse cafés moet je dit jaar tijdens de vastelaovend voor 50 cent je eerste beker kopen, die je vervolgens telkens weer mag omruilen voor een nieuwe. Op sociale media klonk een hoop gemor. ‘Kansloos!’, ‘Vastelaovend gaat naar de klote’, ‘Ze pakken ons alles af’ was de teneur. Al is het protest minder heftig dan in 2017, toen Maastricht zo ongeveer als laatste stad in Nederland een glasverbod invoerde tijdens carnaval.

„Vastelaovend wordt steeds opnieuw vormgegeven in samenhang met maatschappelijke veranderingen en in interactie met de sociale omgeving en van generatie op generatie doorgegeven. Vastelaovend is ook een feest waarvan de spot en satire een onverbrekelijk onderdeel zijn in woord en daad. Een feest waarbij iedereen welkom is, ongeacht leeftijd, man/vrouw, seksuele geaardheid, afkomst of beperking. Vastelaovend mag traditioneel ook schuren met de maatschappelijke mores.” Zo staat het in de statuten van de SLV, dat een eigen meldpunt discriminatie in het leven heeft geroepen. „De vastelaovend-traditie staat niet ter discussie, maar voor sommige uitingen daarvan geldt dat wel”, aldus de SLV.

Rolpatronen
Pestoer löp in e duuvelskleid, de börger es aajd wief en dee preutse vaan d’n hook mèt e bloet bovelief, zingt Jean Innemée in de carnavalsklassieker Vaan Eysde tot de Mokerhei. Zo was het ooit bedoeld. De rijken verkleedden zich als arme sloeber, de sloebers als prins. Carnaval was synoniem voor chaos, voor het omkeren van sociale rolpatronen, voor de macht aan het volk, waarbij met maskers en kostuums de dagelijkse rollen even werden omgedraaid. Een feest aan het einde van de winter, om het er nog even goed van te nemen voor de vastenperiode. De sleuteloverdracht in veel steden en gemeenten staat nog steeds symbool voor het tijdelijk overdragen van de macht aan het volk. Maar de chaos is steeds vaker georganiseerd en aan strikte regels gebonden.

Zo wil Maastricht bijvoorbeeld dit jaar ook de overlast van technocars (wagens die vele decibellen uitspuwen) en buitenbars reguleren. Ook worden er maatregelen genomen om de drukte beheersbaar te houden en de binnenstad bereikbaar voor de hulpdiensten. Voor carnavalskarren tussen 4 en 15 vierkante meter groot komt er een meldingsplicht. Ze moeten voldoen aan een aantal veiligheidseisen en krijgen een vaste plek toegekend waar ze tijdens de drie carnavalsdagen mogen (of beter: moeten) staan. Vorig jaar stonden nogal wat van die karren op het Vrijthof waar ze qua volume wedijverden met de aanwezige horeca. Dat moet anders, vond de gemeente Maastricht. Daarbij ligt de nadruk op het beter spreiden van de drukte en de herrie.

Hermeniekes
Oud-stadsprins Stefan Gybels, die zelf als bestuurs- en communicatieadviseur voor de gemeente Maastricht werkt, probeerde het op Facebook uit te leggen. Dat de regels juist bedoeld zijn om carnaval te behouden, liet hij weten. De voorbije jaren was het op sommige plekken écht te druk. En de geluidswagens produceerden in sommige gevallen zo veel decibellen dat een mens er spontaan doof van werd en de zate hermeniekes – toch ook een traditie bij de carnaval hoort – overstemd werden. Niet alleen in Maastricht klinkt gemor. In Sittard brak onlangs een kleine rel uit rond de kaartverkoop voor ’t Kanon van ’t Balkon, tot vorig jaar nog gewoon gratis toegankelijk. En ook in Roermond was verzet, tegen een carnaval met hekken, beveiligers en ‘sfeerbewakers’. Een evenement als De Elfde van de Elfde werkt, net als de Boètegewoeëne Boètezitting in Venlo, alweer enkele jaren met polsbandjes. Ook bij sommige carnavalsevenementen in steden en dorpen, zoals in Hulsberg en Oud-Geleen, wordt dit jaar gewerkt met entreetickets.

Begrijpelijk, vindt SLV-president Maes. Hij constateert dat de strengere regelgeving een steeds zwaardere belasting vormt voor allerlei evenementen, niet alleen voor de vastelaovend. „Vroeger vroeg je bijvoorbeeld enkele EHBO’ers om op te letten, mocht er iemand onwel worden. Tegenwoordig volstaat dat niet meer en moet je daarnaast ook een gediplomeerd verpleegkundige inhuren. Omdat mensen naast bier wellicht ook pilletjes slikken die zorgen voor nare bijwerkingen. Er moet bewaking worden geregeld, dranghekken en ga zo maar door. Door al die regels wordt het organiseren van evenementen een steeds kostbaarder aangelegenheid. Als een evenement eerst 15.000 euro kostte – ik noem maar wat – is dat nu misschien wel 80.000 euro. Het financiële risico wordt steeds groter. Want wat als het slecht weer is en er minder mensen komen opdagen, waardoor je niet uit de kosten raakt? Dan heb je toch een probleem. Het resultaat is dat er steeds vaker gewerkt wordt met entreegelden en toegangskaartjes. Maar je ziet ook dat organisatoren afhaken, omdat ze het gewoon niet meer geregeld krijgen.”

Wat het ook niet eenvoudiger maakt, is dat overal andere regels gelden. „Ik kom zelf uit Weert. Daar mag in het café wel bier in glas worden geschonken maar buiten niet. Op andere plaatsen in Limburg is glas binnen én buiten taboe.”

Hoeders
Maes: „De Tempeleers noemen zichzelf de hoeders van de georganiseerde chaos. Dat vind ik een mooie uitspraak. Als carnavalsverenigingen die het georganiseerde gedeelte van de vastelaovend voor rekening nemen, hebben we ons gewoon aan de wet en regelgeving te houden. Tegelijkertijd is carnaval bij uitstek ook een feest van ongeorganiseerde lol en plezier, van mensen die op stap gaan en gewoon hun ding doen. Die zeggen: carnaval moet niet te veel regeltjes hebben. Je kunt niet alles reguleren. Dat snap ik. Maar je moet wel de veiligheid proberen te borgen. Want als er iets gebeurt en er waren geen veiligheidsvoorschriften, is de wereld ook te klein. Daar zit een groot spanningsveld.” De problematiek is niet uniek voor carnaval. Ook andere (Limburgse) tradities lopen tegen de strengere regelgeving aan. Neem het carbid- of kamerschieten tijdens de processies in het zuiden van de provincie. Dat is tegenwoordig vergunningplichtig. Bij het koningsvogelschieten moeten kogelvangers aanwezig zijn om te voorkomen dat het lood in de grond terechtkomt. Andere tradities zijn noodgedwongen gemoderniseerd om te voorkomen dat ze door de tijd werden ingehaald. Zoals het ganstrekken in Grevenbicht, op carnavalsdinsdag. De echte gans is alweer enkele jaren vervangen door een kunststof exemplaar, omdat we nou eenmaal anders zijn gaan denken over dierenwelzijn.

Nog zo’n traditie die op omkiepen staat: de vasten. Vroeger gingen mensen na carnaval naar de kerk om een askruisje te halen en brak op Aswoensdag een periode van soberheid aan. Hoeveel carnavalvierders zouden nog weten dat carnaval in de katholieke traditie bedoeld is als aanloop naar veertig dagen vasten, als voorbereiding op het paasfeest? En wie houdt zich daar nog aan? En wat te denken van de rol van de vrouw bij carnaval. Er gaan steeds meer stemmen op om prins carnaval af te wisselen met een prinses. Iets waar bij veel carnavalsverenigingen nog veel weerstand tegen is, maar hier en daar gebeurt het al.

Geruisloos
„Meestal voltrekken veranderingen en aanpassingen in tradities zich langzaam en geruisloos, zonder dat iemand er veel erg in heeft. Maar de voorbije jaren hebben zich in een vrij kort tijdsbestek grote veranderingen voorgedaan in de samenleving. Veel mensen hebben misschien nog kostuums in de kast hangen, die niet meer kunnen”, zegt Peter-Jan Margry, onderzoeker religieuze cultuur aan de afdeling Etnologie aan het Meertens Instituut, dat zich bezighoudt met onderzoek naar de Nederlandse taal en cultuur.

„De samenleving is een stuk internationaler geworden. Een universiteitsstad als Maastricht telt veel internationale studenten. Mensen uit alle streken van de wereld. Uit China bijvoorbeeld. Is het dan nog opportuun om in de optocht als Chinees met spleetogen verkleed te gaan?” Hij verwijst naar het Belgische Aalst, dat ook een lange carnavalstraditie heeft. Daar brak enkele jaren geleden een fikse rel uit, omdat er in de optocht een karikatuur werd gemaakt van Joodse rabbi’s door dansende mannen met pijpenkrullen, haakneuzen, uitpuilende geldkisten en geknutselde ratten. Als gevolg van de controverse besloot de UNESCO het Aalster carnaval van de lijst van immaterieel erfgoed te schrappen. Een unicum.

De groep die de wagen met Joodse karikaturen maakte, wilde naar eigen zeggen laten zien dat ze krap bij kas zaten en een sabbatjaar namen. Ze verdedigden zich door te stellen dat met carnaval alles en iedereen op de hak genomen wordt: politici, instanties en ook religie.

Onschuldig
Maar zo werkt het niet meer. Met de opkomst van sociale media is het veel meer bon ton geworden om een mening te hebben en die ook te ventileren. „Vroeger werd al snel gezegd: ach, waar maak je je druk om? Het was maar voor de grap. Die houding is tegenwoordig veel lastiger vol te houden. Omdat het duidelijk is dat hetgeen jij grappig en onschuldig vindt, misschien wel door een ander als een regelrechte belediging wordt opgevat. Op sociale media kan iedereen meteen zijn gram halen. Vroeger moest je een ingezonden brief naar een krant sturen als je je aangevallen of beledigd voelde en moest je nog maar afwachten of die geplaatst werd. Er waren allemaal drempels die je over moest. En vervolgens ging alles door zoals het was. Sociale media zijn voor wokeness – of laat ik zeggen: voor bewustwording van de gevoeligheden in de samenleving – natuurlijk een perfect instrument.”

Margry: „Mensen groeien vaak ongemerkt mee met allerlei veranderingen, zonder dat ze het zelf precies in de gaten hebben. Maar soms gebeurt dat, door externe omstandigheden, met een schok. Zoals bij Zwarte Piet, omdat het geen geaccepteerde verschijningsvorm meer is. Terwijl dat bij uitstek een figuur is die door de decennia heen veranderd is zonder dat mensen het beseften of gemerkt hebben. Ons collectieve geheugen is over het algemeen vrij kort. Het zijn vaak vooral de dingen die opvallen, die voor een plotse verandering zorgen, waar mensen last van hebben. De een omdat hij niet wil dat het verandert, de ander omdat hij denkt: dat vind ik niet meer kunnen. Dan wordt er tegenwoordig al snel de stempel woke opgeplakt en beginnen mensen te steigeren.”

Tradities impliceren volgens Margry een soort van schijnbare onveranderlijkheid. „Iets waar we op kunnen leunen, wat we gewend zijn en altijd weer in dezelfde verschijningsvorm terugkomt. Terwijl tradities als carnaval altijd hebben meebewogen met de tijd. Vroeger was het veel meer besloten en waren mensen een stuk minder vermomd. Carnaval is zelfs lang verboden geweest in delen van Nederland. Voor de kerk was het geen kerkelijk feest en moest het in het geheim gevierd worden. Het straatcarnaval zoals dat in het zuiden van het land wordt gevierd, is helemaal nog niet zo oud.”

Of mensen niet per definitie gewoontedieren zijn die niet houden van verandering? „Nee, dat denk ik niet”, zegt Margry. „Het hangt er helemaal vanaf wat het perspectief is. Als ze er beter of blij van worden, dan veranderen mensen graag. Dat geldt ook voor carnaval.”

Bron: De Limburger | Pascale Thewissen