Het is februari 2021. De hele wereld gaat gebukt onder de coronapandemie. Zondag 15 tot en met dinsdag 17 februari zou in het teken van de jaarlijkse vastelaovend moeten staan. Met het rondwarende coronavirus is dat echter onverantwoord. Toenmalig gouverneur Theo Bovens en de voormannen van de Bond van Carnavalsverenigingen in Limburg (BCL) en de Samewirkende Limburge Vastelaovesverenigingen (SLV) roepen in een videoboodschap op om het volksfeest vooral thuis te vieren. Ingetogen, in kleine gezinskring.
“Ik was toen net een paar maanden prizzedent van de SLV”, vertelt Weertenaar Bart Maes (58). In coronatijd volgde hij Raymond Vlecken op, die nu burgemeester van Weert is. Jos Hessels, burgemeester van Echt-Susteren, was destijds BCL-voorzitter. In 2022 is hij opgevolgd door Robert Housmans (51) uit Sittard, die in Born woont.
Een dergelijke videoboodschap is klein bier, vergeleken bij de grote klussen die de twee koepelorganisaties op zich nemen. “in de kern zijn we de bewakers van het vastelaovenderfgoed”, vat Housmans samen. “Hoeders van het georganiseerde deel van de chaos van carnaval”, vult Maes aan.
Wie denkt dat vastelaovend als vanzelf verloopt, komt bedrogen uit. Prizzedent Maes, in het dagelijks leven eigenaar van een communicatiebureau, is wekelijks ongeveer twaalf uur per week bezig met SLV-werkzaamheden. “Denk bijvoorbeeld aan een subsidieaanvraag bij de provincie voor het opstellen van een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E)”, licht Maes toe.
Die is onder meer nodig, omdat verzekeringen steeds strenger worden als het gaat om praalwagens. Maes vervolgt: “Er zijn twee verzekeraars die praalwagentrekkende voertuigen verzekeren. Allebei hebben ze hun eigen eisen. Van de ene verzekeraar mogen er maximaal twintig optochtdeelnemers op een praalwagen staan, van de andere dertig”, noemt de prizzedent als voorbeeld. “Nu moet je als organiserende vereniging ook strenger controleren”, vervolgt hij. “Vroeger volstond een papiertje dat aantoonde dat je als deelnemer verzekerd bent. Nu moet je als organisator ook daadwerkelijk controleren of een praalwagen voldoet aan de eisen van de verzekeraar. Zo niet en er gaat iets mis, dan ben je als bestuur van de carnavalsvereniging die een optocht organiseert aansprakelijk.”
Dergelijke tijdrovende zaken zoekt de SLV voor haar leden uit, zodat ze allemaal dezelfde informatie hebben. “Uiteraard delen we onze bevindingen met de BCL, want anders ben je met dubbel werk bezig.” Housmans: “En andersom doen wij dat ook.”
Op deze manier zijn alle deelnemende carnavalsverenigingen op de hoogte van de meest recente wet- en regelgeving. En dat zijn er veel. De SLV is in 1962 opgericht en behartigt de belangen van de zeventien oudste en grootste stadscarnavalsverenigingen. De BCL is opgericht in 1965 en komt op voor 165 carnavalsverenigingen. “Waaronder een vereniging in het Groningse Kloosterburen en een club uit Sint Truiden in Belgisch-Limburg”, vertelt Housmans.
De koepelorganisaties ontlasten de aangesloten verenigingen vandaag de dag dus onder meer door ingewikkelde materie voor iedereen in één keer uit te pluizen. “Het gaat er tegenwoordig erg bedrijfsmatig aan toe”, beschrijft Maes. “Het is voortdurend zoeken naar de balans tussen toenemende wet- en regelgeving aan de ene kant en de chaotische sfeer van het volksfeest anderzijds.” Housmans: “We doen ons best om de immateriële erfgoedkant van het verhaal geen geweld aan te doen. Vastelaovend moet wel vastelaovend blijven.”
Desalniettemin snappen beide heren dat tijden veranderen en tradities met hun tijd mee moeten bewegen. Zo vieren jongeren in hun puberteit nu anders carnaval dan pak hem beet vijfentwintig jaar geleden. “Alcohol mag pas vanaf je achttiende”, geeft Maes aan. “Dat is een gegeven en het gevolg ervan is dat de tienerjeugd in de horeca niks meer te zoeken heeft.” Het is de groep die, zoals Maes omschrijft, te groot is voor het servet en te klein voor het tafellaken. “Toch wil je ze bij het feest betrekken, ook al hebben ze geen jeugdprins die ze kunnen volgen en ook geen ‘grote prins’ met wie ze het feest vieren.” Hij wijst op GAJUS in Roermond. “Een jeugdclub met bijbehorende stoere jasjes, met hun eigen feestjes.” Het is een initiatief van D’n Uul.
Dat de SLV en BCL het gevoel van vastelaovend hoog in het vaandel hebben staan, bleek in 2023. Toen kregen de bonden het aan de stok met toenmalig onderwijsminister Mariëlle Paul van Onderwijs , omdat het ministerie een toetsweek in de week na carnaval had gepland. De bonden wezen op het belang van carnaval, maar de eerste reactie van het ministerie was: ‘dan verplaatsen ze het feestje maar’.
“We zijn op het ministerie in gesprek gegaan en we hebben aangegeven dat je vastelaovend als onderdeel van de katholieke kalender niet zomaar kunt verplaatsen. Het feest vindt nou eenmaal veertig dagen voor Pasen plaats”, vertelt Maes. “Je kunt van kinderen die in de raad van elf zitten, jeugdprins zijn of op een andere manier betrokken zijn, niet verlangen dat ze hun feestelijkheden laten schieten, omdat ze een week later een toets moeten maken.” Uiteindelijk zwichtte het ministerie en afgesproken is dat toetsweken niet tijdens of een week na carnaval plaatsvinden.
Het hoogtepunt van vastelaovend voor beide heren zelf? “Voor mij is dat het hele feest”, zegt Housmans, die tijdens de carnavalsdagen verschillende dorpen en steden met hun eigen activiteiten bezoekt. Voor Maes: “Als het de vrijdag voor vastelaovend is, ik mijn steek van de SLV af kan zetten en met mijn vrienden het feest kan inluiden in mijn stamkroeg in Weert.”
Bron: VIA | Dagblad De Limburger | tekst: Jochem Rietjens
